Binnen ons VSH-project zijn we aangekomen op een van de meest bijzondere en tegelijkertijd spannendste fases van het hele traject. Alles waar we de afgelopen jaren naartoe hebben gewerkt, begint nu langzaam zichtbaar te worden in de vorm van een nieuwe generatie koninginnen.
Na het zorgvuldig selecteren van onze beste volken, het uitwassen en tellen van duizenden varroamijten en het analyseren van alle verzamelde gegevens, staan we nu op het punt waarop de echte genetische opbouw van onze toekomstige bijenlijnen vorm krijgt.


Als alles goed verloopt zullen op 26 mei de jonge koninginnen uit hun koninginnencellen kruipen. Een prachtig moment waar iedere imker die zich bezighoudt met koninginnenteelt naar uitkijkt. Wat enkele dagen geleden nog kleine larven waren, verzorgd in speciaal aangezette koninginnendoppen, zijn straks volledig ontwikkelde jonge koninginnen.
En dat blijft iets magisch.
Want wanneer je naar zo’n koninginnendop kijkt, kijk je eigenlijk naar de toekomst van een compleet volk. Iedere jonge koningin draagt de eigenschappen van haar moedervolk mee. In ons geval zijn dat de eigenschappen van volken die gedurende meerdere jaren bewezen hebben opvallend goed om te kunnen gaan met de varroamijt.
De selectie van deze moederlijnen is niet zomaar gebeurd. Twee jaar lang hebben we structureel monsters genomen uit verschillende volken. Door middel van uitwasmethodes werden de aanwezige varroamijten nauwkeurig geteld. Vervolgens werden alle resultaten verwerkt in berekeningen die een indicatie geven van de VSH-waarde binnen het volk.
VSH staat voor Varroa Sensitive Hygiene — een eigenschap waarbij bijen besmet broed herkennen en verwijderen voordat de varroamijt zich verder kan ontwikkelen en voortplanten. Hoe sterker dit gedrag aanwezig is, hoe beter een volk zichzelf kan beschermen tegen een oplopende varroabesmetting.
Dat is enorm belangrijk voor de toekomst van de imkerij.
Jarenlang zijn imkers afhankelijk geweest van behandelingen om de varroamijt onder controle te houden. Zonder ingrijpen raken veel volken zwaar besmet, verzwakken ze en kunnen ze uiteindelijk zelfs volledig instorten. Maar door gericht te selecteren op natuurlijke weerstand proberen wij stap voor stap sterkere bijenvolken op te bouwen die deze druk zelf beter aankunnen.
De jonge koninginnen die binnenkort geboren worden, vormen daarin een ontzettend belangrijke schakel.
Zodra de koninginnen uit hun cellen kruipen, worden zij ondergebracht in kleine volkjes. Deze kleine afleggers hebben een belangrijke taak: het verzorgen, beschermen en voeden van de jonge koningin tijdens haar eerste levensdagen.
De werksters binnen deze volkjes kunnen gewoon naar buiten vliegen om voedsel te verzamelen en hun normale taken uit te voeren. Voor de jonge koningin gelden echter andere regels. Zij mag het kastje niet verlaten.
Daarom plaatsen wij een speciaal rooster voor de vliegopening. De openingen van dit rooster zijn groot genoeg voor de werksters om naar buiten te vliegen, maar te klein voor de jonge koningin. Op die manier blijft zij veilig binnen het volk.
Dat doen we heel bewust.
Normaal gesproken zou een jonge koningin na enkele dagen op bruidsvlucht gaan. Tijdens zo’n vlucht paart zij hoog in de lucht met meerdere darren uit de omgeving. Hoewel dat een natuurlijk proces is, geeft het geen controle over de genetica waarmee gewerkt wordt. Voor een project zoals het onze, waarin selectie op specifieke eigenschappen centraal staat, is gecontroleerde voortplanting essentieel.
En daar komt een van de meest specialistische onderdelen van het hele traject om de hoek kijken.
Na ongeveer tien dagen worden de jonge koninginnen onder lichte verdoving kunstmatig geïnsemineerd. Dit is uiterst precies werk dat veel ervaring, rust en vakmanschap vereist. De verdoving zorgt ervoor dat de koningin rustig blijft tijdens de behandeling. Vervolgens wordt met specialistische apparatuur sperma ingebracht van een zorgvuldig geselecteerde darrenlijn.
Ook deze mannelijke lijn is binnen ons project niet toevallig gekozen.
De darrenvolken zijn speciaal geselecteerd op basis van dezelfde eigenschappen als de moedervolken. Ook hier kijken we naar volken die over meerdere jaren sterke VSH-indicaties hebben laten zien. Deze volken worden bewust gestimuleerd om een enorme hoeveelheid darren voort te brengen.
Dat is belangrijk, want de dar levert de helft van het genetische materiaal van de toekomstige werksters. Door zowel de moederlijn als de vaderlijn zorgvuldig te selecteren proberen we de kans te vergroten dat de volgende generatie nóg betere eigenschappen laat zien.

Het mooie van kunstmatige inseminatie is dat je volledige controle hebt over welke eigenschappen gecombineerd worden. In de natuur paart een koningin vaak met tien tot twintig willekeurige darren uit de omgeving. Dat zorgt voor genetische variatie, maar maakt gerichte selectie veel moeilijker.
Binnen een VSH-project willen we juist gericht bouwen aan sterke, gezonde en duurzame bijenlijnen.
Dat betekent overigens niet dat het proces eenvoudig is. Integendeel. Iedere stap vraagt nauwkeurigheid en geduld. Niet iedere larve ontwikkelt zich perfect. Niet iedere koningin wordt succesvol geïnsemineerd. En uiteindelijk zal ook niet iedere koningin de gewenste eigenschappen sterk genoeg doorgeven.
De natuur blijft altijd meespelen.
Maar juist dat maakt dit werk zo bijzonder. Je probeert als imker samen te werken met de natuurlijke eigenschappen van de bij in plaats van er constant tegenin te werken. In plaats van alleen symptomen te bestrijden, proberen we de bijen zelf sterker te maken.
En dat is een proces van jaren.
Soms beseffen mensen niet hoeveel werk er achter één enkele koningin schuilgaat. Achter iedere jonge koningin zit een enorme hoeveelheid observatie, selectie, administratie en kennis. Van het tellen van mijten tot het analyseren van cijfers. Van het kiezen van de juiste larven tot het begeleiden van de jonge koninginnen in hun eerste levensfase.
Iedere stap draait om één doel: bijen kweken die in de toekomst beter bestand zijn tegen varroa en daardoor gezonder en vitaler kunnen leven.
Want uiteindelijk willen we naar een vorm van imkeren waarbij de bij weer meer op eigen kracht kan functioneren. Minder afhankelijk van zware behandelingen en meer gebaseerd op natuurlijke weerstand en sterke genetica.
Dat bereiken we niet in één generatie.
Maar iedere nieuwe koningin die geboren wordt, iedere succesvolle inseminatie en ieder sterk volk dat hieruit voortkomt, brengt ons weer een stap dichterbij dat doel.
En precies daarom zijn deze weken zo bijzonder binnen ons project. Want ergens in die kleine koninginnendoppen ligt misschien wel een stukje van de toekomst van onze bijen verborgen.

