Gisteravond, na een lange dag op de markt, begonnen we aan het bekende ritueel: de auto uitladen en alles op z’n plek leggen. Maar daar bleef het niet bij. Rond een uur of acht reed ik nog even door naar de bijenvolken om reisramen te plaatsen. Deksel eraf, reisraam erop — een handeling die ik inmiddels blindelings uitvoer. Binnen no-time stond alles klaar voor vertrek.
Twee uur later keerden we terug om de volken te sluiten en in de auto te zetten. Een klus die we vaker doen, maar het blijft altijd een spannend moment, zeker in het donker. Het eerste volk? Geen vuiltje aan de lucht. Een krachtig volk, zo’n 80.000 werksters sterk, netjes gesloten en hop, klaar voor transport. Tweede volk? Net zo soepel, binnen een paar minuten zat ook dat volk stevig in de auto.
Maar het derde volk… tja, daar begon het avontuur pas echt.
Bij het naderen van de kast viel meteen iets op: er waren opvallend veel bijen buiten actief. Te veel. En dat op dit tijdstip? Lamp erbij, kast rondom gecontroleerd — geen scheuren, geen openingen. Waar kwamen al die dames dan ineens vandaan?
We besloten de kast een beetje te kantelen, en toen werd het ineens duidelijk: aan de onderkant van de kast hing een enorme tros bijen. Een soort “hangjongeren”, maar dan met vleugels. Een kluwen van zeker 50 bij 50 bij 20 centimeter. Alsof ze er zelf een soort aanhangsel van gemaakt hadden.
Tja, die bijen ga je niet los in je auto zetten voor een ritje over de snelweg naar Dronten. Veiligheid gaat voor alles. Dus hebben we dit volk met uiterste voorzichtigheid terug op zijn plek gezet. Later vandaag ga ik terug om te onderzoeken wat hier precies aan de hand is. Heeft zich stiekem een zwerm gevormd? Of is het een uit de hand gelopen uitbreiding?
Hoe dan ook, het blijft fascinerend hoe de natuur je altijd weet te verrassen — zelfs als je denkt alles al een keer gezien te hebben.