Bij Imkerij het Honingatelier draait alles om respect voor de bij, de natuur en het ambacht. Onze imkerij is geworteld in liefde voor biodiversiteit en in het besef dat bijen onmisbaar zijn voor een gezond landschap. Al jaren werken wij met zorg en toewijding met onze bijenvolken, waarbij we bewust kiezen voor kwaliteit, rust en aandacht.
De Zwarte bij – levend erfgoedLang voordat het landschap werd gevormd door mensenhanden, zoemde de Zwarte bij hier al rond. Deze inheemse bijensoort leefde eeuwenlang in onze streken en wist zich op natuurlijke wijze aan te passen aan het lokale klimaat. Koude winters, wisselende zomers en een divers bloemenaanbod vormden haar tot een sterke, sobere en veerkrachtige bij.
De Zwarte bij is meer dan een bijensoort; zij is een onderdeel van ons natuurlijk erfgoed. Door haar nauwe verbondenheid met het landschap speelt zij een belangrijke rol in de bestuiving van wilde planten en draagt zij bij aan een gezond ecosysteem. Haar bestaan herinnert ons eraan hoe waardevol lokale aanpassing en biodiversiteit zijn.
Start van Zwartebijenvolken in 2026
Bij Imkerij het Honingatelier kijken we niet alleen naar het heden, maar ook naar de toekomst. Daarom starten wij in 2026 met het zorgvuldig opzetten van onze eerste volken Zwarte bijen. Dit doen wij met respect voor hun natuurlijke eigenschappen en in een tempo dat past bij deze bijensoort.
Het opbouwen van Zwartebijenvolken vraagt tijd, aandacht en een zorgvuldige aanpak. Wij kiezen bewust voor werken mét de natuur: met ruimte voor natuurlijke ontwikkeling, lokale aanpassing en rust binnen de volken. Zo willen we bijdragen aan het behoud en de toekomst van deze bijzondere bij.
De Buckfastbij – een vertrouwde basis
Naast de Zwarte bij blijft de Buckfastbij een belangrijk onderdeel van onze imkerij. Met deze bijensoort werken wij al vele jaren. De Buckfastbij staat bekend om haar zachtaardige karakter, stabiliteit en goede honingopbrengst. Dankzij deze eigenschappen heeft zij een vaste plek binnen Imkerij het Honingatelier.
Door zowel de Buckfastbij te behouden als de Zwarte bij opnieuw een plek te geven, kiezen wij bewust voor diversiteit, balans en veerkracht binnen onze bijenstand.
Honing met een verhaal
Elke pot honing van Imkerij het Honingatelier vertelt een verhaal. Een verhaal van bloemen en seizoenen, van zorgvuldige keuzes en van bijen die in harmonie met hun omgeving leven. Onze honing is een puur natuurproduct, ontstaan uit respectvol imkeren en liefde voor het landschap.
Door traditie te koesteren en tegelijk naar de toekomst te kijken, bouwen wij aan een imkerij waarin bijen kunnen floreren — nu en voor de generaties die komen.
Geschiedenis van de Zwarte bij
De westerse honingbij (Apis mellifera) begon ongeveer zes miljoen jaar geleden vanuit Azië aan haar verspreiding naar het Midden-Oosten, Afrika en Europa. Dit gebeurde in verschillende groepen, die elk hun eigen route volgden en zich geleidelijk aanpasten aan hun omgeving. Zo ontstonden verschillende ondersoorten.
De honingbijen die Europa via het noorden bereikten, worden samen Groep M genoemd. De bijen die langs de zuidelijke kusten van de Middellandse Zee naar Europa trokken, behoren tot Groep C.
De Zwarte bij in Europa
Tijdens de laatste ijstijd werd het in Noord-Europa te koud voor honingbijen. De bijen van Groep M trokken daarom zuidwaarts. Een deel vestigde zich in Zuid-Frankrijk, terwijl een ander deel verder trok naar het Iberisch Schiereiland, wat toen mogelijk was doordat de zeespiegel lager stond.
In Zuid-Frankrijk ontwikkelde zich de Zwarte bij (Apis mellifera mellifera). Op het Iberisch Schiereiland ontstond de Iberische bij (Apis mellifera iberica).
Toen de ijstijd voorbij was en het klimaat opnieuw opwarmde, keerde de vegetatie in Noord-Europa terug. Dat maakte het gebied opnieuw geschikt voor bestuivers zoals honingbijen. Alleen de Zwarte bij kon zich weer naar het noorden verspreiden; andere ondersoorten werden tegengehouden door natuurlijke barrières zoals de Pyreneeën, Alpen en Apennijnen.
Zo breidde de Zwarte bij haar leefgebied uit van Zuid-Frankrijk tot Scandinavië en van de Britse eilanden tot aan de westzijde van het Oeralgebergte.
De achteruitgang van de Zwarte bij
In de 19e eeuw begonnen imkers in Noord-Europa andere bijensoorten te importeren, omdat deze meer honing produceerden. Zij kruisten deze ingevoerde bijen, zoals de Italiaanse bij (ligustica) en de Carnica-bij, met de inheemse Zwarte bij. Het doel was bijen te verkrijgen met de beste eigenschappen van beide.
Deze import begon in de tweede helft van de 19e eeuw, nam sterk toe in het interbellum en bereikte een hoogtepunt na de Tweede Wereldoorlog. Dit leidde uiteindelijk tot een sterke achteruitgang van de zuivere Zwarte bij.