Wonden en Propolis

Voor de behandeling van wondjes is propolis-zalf ideaal. Deze zalf verzacht de pijn, doodt eventuele ziektekiemen, heeft een licht bloedstelpende werking, gaat de ontstekingsreactie tegen en stimuleert de groei van nieuwe weefselcellen. Dat zijn allemaal eigenschappen die bij wondjes goed van pas komen. En als je kleine kinderen hebt, weet je maar al te goed hoe vaak je een goede wondzalf nodig hebt.
Het gebruik van propolis-zalf bij wondjes, schaafwonden of snijwonden is heel eenvoudig. Eén keer per dag een niet al te dun laagje op de wond aanbrengen is genoeg. Eventueel kun je er daarna een pleister of verbandje op doen. Als er vuil in de wond zit, moet je dat natuurlijk eerst met een ontsmettende vloeistof verwijderen. Je kunt in plaats van zalf ook een propolis-oplossing gebruiken. Die is echter nogal sterk en brandt in de wond. De propolis-oplossing werkt overigens wel sterker ontsmettend dan de propolis-zalf.
Het succes van propolis bij de behandeling van wonden is overduidelijk. Wondjes genezen sneller dan je gewend bent. Ook raken ze minder snel geïnfecteerd, wat je merkt doordat de wondjes meestal droog blijven. Maar zo’n positieve indruk telt voor medici natuurlijk niet als bewijs. Daarvoor geldt alleen een vergelijkend wetenschappelijk onderzoek, en daarvan zijn er diverse uitgevoerd. Šutta (1978) bijvoorbeeld bracht bij twaalf schapen (na verdoving) twee diepe schaafwonden aan van 4 x 4 centimeter, de een links en de ander rechts op de rug. De wonden rechts op de rug werden dagelijks behandeld met propolis. Op de wonden links op de rug werd dagelijks een ‘gewoon’ bacteriedodend middel gedaan (bij zes schapen een sulfapoeder en bij de andere zes schapen een mengsel van twee penicillinesoorten). De wonden die met propolis werden behandeld, genazen het snelst, zelfs twee keer zo snel als die met sulfapoeder waren behandeld. Het verschil met de penicilline was minder groot.
Niet alleen huidverwondingen genezen sneller met propolis. Stojko (1978) behandelde verwondingen aan een van de poten bij -honden, waarbij een gat in het bot was ontstaan. Bij de honden die in de wond propolis kregen, was het gat in het bot twee keer zo snel dicht-gegroeid als bij honden die geen propolis kregen.
Recent onderzoek naar wondgenezing werd verricht door Abreu (2012). Zij behandelde kunstmatig (onder verdoving) aangebrachte wonden bij ratten tweemaal daags met propolis- tinctuur 30 procent, alcoholoplossing 70 procent of een corticosteroïdzalf. Het genezingsproces verliep het snelste bij de met propolis behandelde ratten. Vorming van pus trad alleen op in de met corticosteroïdzalf behandelde ratten. Dit laatste is niet opmerkelijk, want dit is een bekend risico bij gebruik van een corticosteroïdzalf. Het resultaat van dit onderzoek zou sterker zijn geweest als een antibioticum bevattende zalf in plaats van een corticosteroïd was gebruikt.
Berretta (2012) testte het effect van propolis op kunstmatig (onder verdoving) aangebrachte wonden bij ratten. De behandeling bestond uit een eenmalige behandeling van de wond met propolis in een gel in drie verschillende sterktes (1,2, 2,4 en 3,6 procent). Bij de controlegroep werd alleen de gelbasis aangebracht. Na drie dagen waren de met propolis 2,4 en 3,6 procent behandelde wonden al bijna genezen. De genezing bij de met 1,2 procent propolis-gel was minder ver gevorderd. Wonden die met de gelbasis zonder propolis waren behandeld toonden na drie dagen nog maar weinig genezingseffect en waren pas na zeven dagen genezen.

Dragende wonden

Dragende wond of zweer noemt men de wond die een geel- of groen-gekleurd vocht produceert (pus of etter) doordat er een infectie in de wond is ontstaan. Zo’n infectie kan veroorzaakt zijn door ‘vuil’ van -buitenaf, maar ook door een gewone huidbacterie. Bij een dragende wond werken propolis-druppels (tweemaal daags op de wond) beter dan propolis-zalf. Het slikken van propolis (in combinatie met de plaatselijke behandeling) is alleen nodig wanneer er na een week geen verbetering te zien is, of als sprake is van veel of regelmatig terugkerende zweertjes.
Als iemand regelmatig dragende wondjes heeft, of als een wond na twee weken nog geen teken van genezing vertoont, is een onderzoek door de huisarts raadzaam. Er kan sprake zijn van een verminderde algehele weerstand (bijvoorbeeld door een niet onderkende suikerziekte) of van een wondinfectiebevorderende factor als een stukje dood weefsel, een splinter of een stukje glas in de wond.
 

Brandwonden

Brandwonden horen allereerst minstens vijftien minuten in koud water te worden gedompeld. Daarna mag er géén brandzalf op worden gesmeerd, want dan kan de dokter niet meer zien tot hoe diep de huid is verbrand. Dat is de standaardregel die elke medisch student leert. Die standaardregel geldt natuurlijk voor de wat ernstigere of uitgebreidere verbrandingen door met name een hete vloeistof of contact met open vuur. Maar wanneer je bijvoorbeeld kort met je hand tegen een hete -kachel of strijkbout komt, of een paar druppels heet water of vet op je huid krijgt, is er sprake van een kleine verbranding. Daarbij helpt propolis-zalf of -oplossing goed. Een paar maal om het halfuur een beetje propolis op de huid is voldoende om de verbrandingsreactie in de huid tot staan te brengen. Dat geldt ook voor zonnebrand. In dit laatste geval is het raadzaam om tegelijk met elke plaatselijke behandeling een paar druppels propolis in te nemen.
Grotere en diepere brandwonden kunnen in principe wel met propolis worden behandeld. In Rusland behandelen artsen wel vaker brandwonden met propolis. Pakhomov (1978) behandelde met succes ook de diepere brandwonden (derdegraads) met propolis, zelfs als transplantatie nodig was. Maar grotere en diepere brandwonden dienen toch door een arts te worden behandeld, en deze maakt dan automatisch ook de keuze van het te gebruiken middel.

Open been

Open been, door artsen ulcus cruris genoemd, is een speciaal soort zweer aan het onderbeen. Zo’n zweer kan maandenlang bestaan, zonder ook maar de geringste neiging te hebben te genezen. Dat komt bijna altijd doordat de doorbloeding op die plaats erg slecht is. Soms is dat het gevolg van slagadervernauwing (koude voeten). Maar meestal is er sprake van inwendige of uitwendige spataders in het been (vaak met bruine pigmentvlekken en ‘s avonds het opzetten van de enkels door vocht).
De behandeling van een open been is een langdurige zaak. Meestal wordt gebruikgemaakt van een drukverband rond het hele -onderbeen (bij spataderen) en van zalf. Genezing binnen twee à drie maanden is snel te noemen. Dat geldt ook bij het gebruik van propolis. Doe tweemaal per dag zalf rondom de wond. Wrijf die zalf voorzichtig twee vingers breed een halve minuut rond de wond. Breng daarna voorzichtig ook een beetje zalf op de wond aan. Neem verder een propolis-oplossing in volgens het algemene gebruiksadvies (zie aldaar). Zolang de zweer zelf vies is (met pus of beslag op de wond) dienen in plaats van zalf enkele druppels propolis in de wond aangebracht te worden. Leg elke dag na de behandeling een nieuw steriel gaas op de wond. Zodra de zweer kleiner wordt, kun je de zweer eenmaal daags behandelen en van verband wisselen.
Een probleem bij de behandeling van een open been is het gemak waarmee de huid rondom de wond soms overgevoelig wordt voor zalven (en dus ook voor propolis-zalf). De huid wordt rood en gaat jeuken. Het beste is het dan om gedurende een week te stoppen met propolis en zinkolie rond de wond te smeren.
Dat propolis goede resultaten kan geven, blijkt uit het onderzoek dat Danilov (1978) deed bij 65 patiënten met een ‘open been’. Allen waren tevoren reeds zonder resultaat op andere manieren behandeld. Het ging dus om de hardnekkige gevallen. Dat wil zeggen dat er sprake was van een slechte bloeddoorstroming rond de wond en een hardnekkige infectie in de wond. De behandeling met propolis was bijzonder succesvol. De wond werd door de propolis snel gezuiverd en schoon, waardoor nieuw huidweefsel kon groeien om het wondoppervlak te -bedekken. Van de 65 patiënten genazen er 51 volledig (78 procent) en bespeurden acht verbetering (12 procent), terwijl slechts twee patiënten (3 procent) niet op de behandeling reageerden.
Zweren door bestraling zijn eveneens erg hardnekkig. Ze kunnen maanden tot wel een jaar lang bestaan. Wanneer bij de behandeling van kanker vrij langdurige bestralingen worden gegeven, kan op de plaats van de bestraling de huid gaan afsterven. Het weefsel vlak daaromheen wordt zodanig beschadigd dat de wond moeilijk kan genezen. Ook hierbij geeft propolis vaak goede resultaten. De behandeling gebeurt op dezelfde manier als bij een open been. Maar beter is het nog om de huid na elke bestraling uit voorzorg met propolis in te smeren.
 

Doorligwonden

Doorligwonden, met een medisch woord decubitus, ontstaan door langdurige bedlegerigheid op plaatsen waar het bot vlak onder de huid ligt. Meestal zitten doorligwonden dus op de hielen of op de stuit (rugligging). Wanneer je bij voorkeur op je zij ligt, kunnen er doorligwonden op de heupen, de enkels of op de knieën ontstaan. Het gewicht van het lichaam drukt daar de bloedvaatjes dicht, en als zoiets erg lang duurt, sterft het weefsel af. Om doorligwonden te voorkomen moet iemand die langdurig bedlegerig is, dus regelmatig van houding wisselen.
Propolis kan gebruikt worden om de bedreigde plekken te beschermen en te verstevigen. Je moet dan tweemaal daags de ‘bedreigde plaatsen’ met propolis-zalf insmeren en de zalf gedurende een minuut zacht inwrijven. Serbnescu (1978) gebruikte deze methode ter preventie van doorligwonden bij dertig patiënten die vanwege een verlamming van de benen (dwarslaesie) of een gebroken heup langdurig in bed moesten liggen. Slechts vier van hen, die wegens een dwarslaesie tevens incontinent waren (de urine niet konden ophouden), kregen toch doorligwonden. Bij de overige 26 ontstonden tijdens deze preventieve behandeling met propolis, die tot tweeënhalve maand duurde, geen doorligwonden.
Ook voor de behandeling van doorligwonden kan propolis gebruikt worden (volgens hetzelfde schema als bij een open been). Hierbij worden vaak goede resultaten bereikt. Uit een vergelijkend onderzoek van Serbnescu (1978) bleek dat de behandeling met propolis duidelijk effectiever was dan die met een ‘gewoon’ antibioticum. Van de twaalf patiënten die met propolis werden behandeld, genazen er negen (16-54 dagen), terwijl er drie niet op de behandeling reageerden. Twaalf andere patiënten werden met een antibioticum behandeld dat aan de hand van een bacteriekweek uit de wond werd uitgekozen. Van hen genazen er maar drie en dat dan ook nog na een veel langere behandelduur (43-75 dagen). Bij vijf patiënten reageerde de wond niet op de behandeling en bij vier patiënten werd de wond zelfs groter.

 

 

RAADPLEEG ALTIJD EERST U ARTS!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.