Imkerij het honingatelier

September in de imkerij – de basis voor het volgende bijenjaar

September is voor veel mensen de maand waarin de zomer langzaam plaatsmaakt voor de herfst. De dagen worden merkbaar korter, de nachten koeler en in de natuur verandert het aanbod van nectar en stuifmeel. Voor de imker lijkt het misschien alsof het drukke seizoen ten einde loopt, maar niets is minder waar.

Bij Imkerij Het Honingatelier is september juist een belangrijke maand. Niet omdat we de bijen volledig naar onze hand willen zetten, maar omdat we ervoor willen zorgen dat de volken sterk, gezond en met voldoende eigen voedsel de winter ingaan. Wat we in september doen – en soms juist bewust níét doen – heeft grote invloed op het voorjaar van volgend jaar.

Van zomerbijen naar winterbijen

In september verandert er veel binnen een bijenvolk. De grote zomerpopulatie neemt langzaam af en steeds meer winterbijen worden geboren.

Dat verschil is belangrijk. Een zomerbij leeft in het actieve seizoen vaak maar enkele weken. Winterbijen moeten het daarentegen maanden volhouden. Zij vormen straks de wintertros, houden samen de temperatuur op peil en zorgen er in het vroege voorjaar voor dat het volk opnieuw kan gaan groeien.

Daarom draait deze periode niet om zoveel mogelijk bijen, maar vooral om gezonde en goed gevoede winterbijen.

Voldoende stuifmeel speelt daarbij een belangrijke rol. Stuifmeel levert de eiwitten, vetten, vitaminen en mineralen die bijen nodig hebben voor hun ontwikkeling. Juist daarom kijken we in deze periode goed naar de conditie van de volken en naar wat er in de omgeving nog beschikbaar is.

Niet alles uit een bijenvolk halen

Onze manier van imkeren is gebaseerd op een eenvoudig uitgangspunt: de honing is in de eerste plaats het voedsel van de bijen zelf.

Bij de laatste honingoogst kijken we daarom niet alleen naar wat wij kunnen slingeren. De belangrijkste vraag is: wat kan het volk missen?

Dat is een wezenlijk verschil.

Wij slingeren de volken niet automatisch helemaal leeg om ze vervolgens met grote hoeveelheden suikerwater weer van wintervoer te voorzien. Onze bijenvolken overwinteren zoveel mogelijk op hun eigen honing.

Honing is immers het voedsel dat de bijen gedurende miljoenen jaren zelf hebben verzameld, verwerkt en opgeslagen. Voor ons is het daarom logisch om bij de honingoogst rekening te houden met wat een volk zelf nodig heeft.

Zorgvuldig oogsten, met respect voor de bij.

Dat is geen mooie slogan voor op een etiket, maar een manier van werken.

Hoeveel voer heeft een volk werkelijk?

Geen twee bijenvolken zijn hetzelfde. Het ene volk is groter dan het andere, het broednest verschilt en ook de aanwezige voedselvoorraad kan per kast behoorlijk variëren.

Daarom werken we niet uitsluitend volgens een vast schema.

We bekijken de volken afzonderlijk. Hoe sterk is het volk? Hoeveel broed is er nog aanwezig? Hoeveel honing zit er rond het broednest? Zijn er voldoende stuifmeelvoorraden? Hoe zwaar voelt de kast aan?

Op basis daarvan bepalen we wat een volk nodig heeft.

Bijen kunnen namelijk ontzettend veel zelf regelen. Als imker hoeven we niet ieder proces in de kast over te nemen. Sterker nog: soms is goed imkeren vooral weten wanneer je iets moet doen en wanneer je de bijen juist met rust moet laten.

De laatste honingkamers

In deze periode verdwijnen ook de laatste honingkamers van de volken.

Wanneer er nog honing in ramen aanwezig is die we voor de bijen willen behouden, kunnen we deze ramen openkrabben en tijdelijk zo aanbieden dat de bijen de honing naar het broednest kunnen verplaatsen.

De bijen bepalen vervolgens zelf waar ze deze voorraad opslaan.

Wanneer de honingkamers leeg zijn, worden ze verwijderd. Onze volken gaan dus niet standaard met een lege honingkamer onder de broedkamer de winter in. We willen de winterruimte passend houden bij de grootte en behoefte van het volk.

Selecteren is minstens zo belangrijk als honing oogsten

September is ook een belangrijke maand voor onze koninginnen en ons teeltprogramma.

Gedurende het hele seizoen hebben we onze volken gevolgd. Niet alleen op honingopbrengst, maar juist op eigenschappen die voor ons veel belangrijker zijn: vitaliteit, broedkwaliteit, ontwikkeling, zachtaardigheid, zwermtraagheid en weerstand tegen de varroamijt.

Binnen ons teeltprogramma besteden we veel aandacht aan VSH – Varroa Sensitive Hygiene. Bijen met deze eigenschap zijn beter in staat om broedcellen waarin de varroamijt zich voortplant te herkennen en op te ruimen.

Ons uiteindelijke doel is duidelijk: bijenvolken ontwikkelen die steeds beter zelfstandig met de varroamijt kunnen omgaan.

Daarom kijken we niet alleen naar wat een volk dit jaar heeft gepresteerd. Een interessant volk kan genetisch juist heel waardevol zijn voor het volgende seizoen.

Niet automatisch iedere oudere koningin vervangen

September is traditioneel ook een periode waarin imkers koninginnen vervangen. Maar wij kijken daarbij liever naar de kwaliteit van de koningin dan uitsluitend naar haar geboortejaar.

Een oudere koningin die bijzondere eigenschappen laat zien, kan voor onze teelt veel waardevoller zijn dan een jonge koningin waarvan we nog nauwelijks weten wat haar dochters zullen presteren.

Zo’n waardevolle oudere koningin kunnen we bijvoorbeeld op een kleiner volk plaatsen. Daardoor wordt ze minder zwaar belast met het leggen van grote hoeveelheden eitjes en kunnen we haar mogelijk het volgende voorjaar nog gebruiken voor de teelt.

Van interessante koninginnen kunnen we vervolgens dochters telen en deze opnieuw testen.

Teelt is voor ons dan ook geen kwestie van één seizoen. Het is voortdurend observeren, registreren, vergelijken en selecteren.

Varroa: meten in plaats van automatisch behandelen

Ook de varroadruk blijft een belangrijk aandachtspunt.

Binnen ons VSH-programma willen we zoveel mogelijk werken op basis van meetgegevens. Daarom worden monsters van de volken onderzocht om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke mijtbesmetting.

Wij behandelen niet automatisch ieder volk omdat “het september is”. We willen weten wat er daadwerkelijk in een volk gebeurt.

Volken met een lage besmetting en goede eigenschappen zijn voor ons extra interessant. Juist daar kunnen eigenschappen aanwezig zijn die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van bijen die in de toekomst steeds minder afhankelijk zijn van behandelingen.

Het doel is niet om een bijenvolk kunstmatig in leven te houden, maar om via selectie steeds sterkere en weerbaardere bijen te krijgen.

Ook buiten de kast gebeurt er nog genoeg

September betekent trouwens niet dat alle bijen binnen zitten.

Op mooie, zonnige dagen wordt nog volop gevlogen. Nazomerbloeiers kunnen nog waardevol stuifmeel en soms nectar leveren. Klimop wordt later in het seizoen bijvoorbeeld een belangrijke voedselbron en ook andere laatbloeiende planten kunnen nog druk bezocht worden.

Toch verandert het gedrag duidelijk. De dagen worden korter, de temperaturen dalen en het broednest wordt langzaam kleiner.

De bijen weten precies wat eraan komt.

Rust keert terug op de bijenstanden

Waar het in mei, juni en juli soms één grote bedrijvigheid is, verandert in september langzaam de sfeer op onze bijenstanden.

Er zijn minder kastcontroles nodig. Honingkamers verdwijnen. De grote koninginnenteelt is grotendeels afgerond. De volken worden compacter en de natuur wordt rustiger.

Ook voor ons als imkers verandert het werk.

Materiaal wordt schoongemaakt en opgeslagen, honing wordt verwerkt en afgevuld, was wordt uitgesmolten en de gegevens van het afgelopen teeltseizoen worden bekeken. Welke lijnen vielen positief op? Welke koninginnen willen we behouden? Welke volken verdienen volgend jaar een plaats binnen ons teeltprogramma?

September is daardoor niet alleen een afsluiting, maar ook het begin van de plannen voor het volgende seizoen.

Het bijenjaar stopt eigenlijk nooit

Een sterk volk in april ontstaat niet pas in april.

De basis daarvoor wordt maanden eerder gelegd.

Gezonde winterbijen, voldoende eigen honing, een goede koningin, lage ziektedruk en een volk dat qua grootte en voedselvoorraad in balans is: dát zijn de omstandigheden waarmee een bijenvolk straks de winter ingaat.

Daarom is september voor ons een van de belangrijkste maanden van het bijenjaar.

We grijpen in waar dat nodig is, maar proberen tegelijkertijd niet meer te doen dan noodzakelijk. Bijen bestaan al miljoenen jaren en beschikken over een indrukwekkend vermogen om hun eigen volk te organiseren.

Onze taak als imker is vooral om goed te kijken, te begrijpen wat er gebeurt en onze manier van imkeren daarop af te stemmen.

De zomer loopt ten einde. De bijenstand wordt stiller. Maar onder het deksel van iedere kast wordt alweer gewerkt aan het volgende voorjaar.

Want bij Imkerij Het Honingatelier begint het nieuwe bijenjaar eigenlijk al in september.

Imkerij Het Honingatelier – Imkerij voor de toekomst.
Zorgvuldig oogsten, met respect voor de bij.

Geef een reactie
De waardering van hethoningatelier.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 9.8/10 gebaseerd op 46 reviews.
shopping cart