Op 21 juni is het zover: de langste dag van het jaar. Mensen trekken een korte broek aan, steken de barbecue aan en denken:
“Heerlijk, de zomer begint!”
In de bijenkast klinkt echter een heel ander geluid.
“Collega’s,” zegt de koningin tijdens de wekelijkse personeelsvergadering, “ik heb slecht nieuws.”
Een geschokte stilte.
“De dagen worden korter.”
Paniek.
Een jonge haalbij kijkt naar buiten. “Maar majesteit, het is 27 graden!”
“Dat doet er niet toe,” antwoordt de koningin. “De kalender liegt nooit. Vanaf vandaag gaan we langzaam richting december.”
Een oudere werkster knikt ernstig. Ze heeft dit al twee keer meegemaakt en beschouwt zichzelf daarom als expert.
De zwermcommissie wordt opgeheven
In mei en juni is de zwermcommissie de drukste afdeling van het volk. Er worden plannen gemaakt, moerdoppen gebouwd en er gaan voortdurend geruchten rond.
“Heb je het gehoord? We vertrekken volgende week!”
“Nee joh, volgende maand!”
“Ik hoorde dat we naar een prachtige schoorsteen gaan.”
Maar na 21 juni verandert alles.
De voorzitter van de zwermcommissie komt binnen met een verhuisdoos.
“Het zit erop, collega’s. Het budget is op.”
“Maar ik had al een tak uitgezocht!”
“Volgend jaar weer.”
De afdeling wordt gesloten en omgebouwd tot de Commissie Wintervoorraad en Algemene Zorgen.
De koningin krijgt kritiek van HR
In het voorjaar legt de koningin duizenden eitjes per dag.
“Fantastisch werk!” roepen de bijen.
Na de zonnewende neemt het tempo iets af.
Direct verschijnt de HR-afdeling.
“Majesteit, wij zien een daling van de productie.”
“Ik heb inmiddels 1,5 miljoen kinderen gekregen.”
“Dat begrijpen wij, maar de grafieken wijzen naar beneden.”
De koningin overweegt ontslag te nemen maar besluit eerst nog een paar duizend eitjes te leggen.
De drachtpauze: bijenversie van maandagochtend
Op een mooie lentedag vliegt een haalbij weg en komt terug met nectar.
En nog meer nectar.
En nóg meer nectar.
Na de zonnewende gebeurt soms het volgende:
Een haalbij vliegt drie kilometer.
Vindt niks.
Vliegt nog twee kilometer.
Vindt nóg steeds niks.
Komt thuis.
“En?”
“Niets.”
“Letterlijk niets?”
“Ik heb een parkeerplaats, twee honden en een verdwaalde tennisbal gezien.”
De varroamijt denkt dat hij gewonnen heeft
Ondertussen zit de Varroamijt zelfgenoegzaam in een broedcel.
“Kijk mij eens slim zijn.”
Hij wrijft in zijn pootjes.
“Niemand heeft me gezien.”
Op dat moment verschijnt de imker.
Met een mijtentelling.
De varroa slikt.
“Misschien hebben ze me toch gezien.”
De beveiliging wordt strenger
In het voorjaar mag ongeveer iedereen naar binnen.
“Kom binnen!”
“Neem wat nectar mee!”
“Leuke hommel trouwens!”
Na de zonnewende verandert de sfeer.
Een vreemde bij verschijnt bij de ingang.
“Goedemiddag.”
“Identificatie.”
“Ik kom alleen even kijken.”
“Dat zeggen ze allemaal.”
“Ik ben van volk 17.”
“Open je honingmaag.”
De winterbijen worden voorbereid
Tegen het einde van de zomer worden de beroemde winterbijen geboren.
Deze kijken met lichte minachting naar de zomerbijen.
Zomerbij: “Ik leef zes weken en werk me kapot.”
Winterbij: “Interessant. Ik blijf tot volgend voorjaar.”
Zomerbij: “Wat?”
Winterbij: “Ja.”
Zomerbij: “Dat voelt oneerlijk.”
Winterbij: “Dat is het ook.”
De menselijke verwarring
Voor imkers is dit allemaal volkomen logisch.
Voor niet-imkers blijft het vreemd.
Mens: “Wat een heerlijke zomerdag!”
Bijenvolk: “Wintervoorraad controleren.”
Mens: “Zullen we op vakantie gaan?”
Bijenvolk: “Voedselreserves berekenen.”
Mens: “Nog een ijsje?”
Bijenvolk: “Risicoanalyse voor februari.”
Conclusie
De zonnewende is voor mensen het startschot van de zomer.
Voor een bijenvolk is het meer een vergadering van bezorgde boekhouders die ontdekken dat het boekjaar alweer bijna voorbij is.
Terwijl wij genieten van lange avonden en terrasjes, staan de bijen rond de raten met spreadsheets van nectarvoorraden, risicoanalyses van de varroadruk en prognoses voor de winter.
Want als er één dier is dat zelfs op de langste dag van het jaar al nadenkt over december, dan is het wel de honingbij. ![]()
![]()
![]()
Minder weergeven

